Vullingen

Met vullingen worden gaatjes hersteld die zijn ontstaan door tandbederf (cariës). Het maken van een vulling is een relatief eenvoudige behandeling.
Tandbederf ontstaat meestal in de groeven van kiezen waarmee u kauwt. Ook kunnen gaatjes tussen de kiezen ontstaan die alleen op een röntgenfoto te zien zijn. Kleine gaatjes die in het glazuur zitten hoeven niet direct te worden gevuld omdat natuurlijk herstel dan nog mogelijk is. Wanneer behalve het glazuur ook het onderliggende weefsel is aangetast, is wel een vulling nodig.

Hoe de tandarts te werk gaat

De tandarts boort het aangetaste deel van de tand of kies weg. Dit is nodig om het gaatje goed schoon te maken. Meestal geeft de tandarts een verdoving waardoor het boren niet pijnlijk is. De prik van de verdoving kan wel een beetje pijn doen.

Vulmateriaal

Voor het vullen van het schoongeboorde gaatje gebruikt de tandarts meestal een witte vulling of een zilverkleurige amalgaamvulling. Er zijn drie soorten witte vullingen, waarvan composiet de sterkte is. Deze wordt dan ook het meest gebruikt.

Als een vulling niet voldoet

Als het gat te groot is geworden of de zijwanden te zwak zijn, kan er geen vulling worden gemaakt. Wel kan de tandarts dan een kroon maken. Als bij een diep gat de tandzenuw bloot komt te liggen moet de tandarts vaak eerst een wortelkanaalbehandeling uitvoeren voordat het gat wordt gevuld.

Lees meer over kronen en bruggen